Naast professionele orgelbouwers telt Fryslân ook tal van bouwers die hobbymatig orgels maken. Vaak uit pure belangstelling voor de technische aanleg van het
instrument, 'kan ik zo'n instrument ook zelf maken?', of om zelf een 'echt' pijporgel in huis te hebben. Alles wordt zelf gemaakt of met gebruikmaking van reeds
bestaande onderdelen zoals pijpen, windlades en klavieren. Vaak worden onderdelen bij de firma August Laukhuff in het Duitse Weikersheim, toeleverancier van
orgelonderdelen en orgelmakersgereedschap, besteld. Helaas is onlangs ook voor deze firma na tweehonderd jaar het doek gevallen. Het hergebruik van onderdelen
is in de 'hobbysfeer' een normale zaak, maar ook veel orgelbouwers doen dit, getuige de vele orgels in Fryslân waarin oudere onderdelen zijn verwerkt. Huismuziek,
de vereniging voor muziek en instrumentenbouw, biedt cursussen instrumentenbouw aan en geeft daarbij handleidingen voor de bouw van een pijporgel. Ook zijn er de
boeken van John Boersma (uitgegeven bij Boeijenga Muziek) met bouwinstructies voor verschillende typen huisorgels.
Eén van die Friese 'amateur'-orgelbouwers is Jan Kooistra uit Damwâld. Hij heeft al meerdere orgels op zijn naam staan. In 1998 bouwde hij een orgel met vier-en-een-halve
stem. Dit kreeg aanvankelijk een plaats in de CGK de Oase in Dokkum.
Deze kerk kent al een orgelgeschiedenis. Na de nieuwbouw van de kerk in 1973/74 kreeg het gebouw in 1976 een nieuw orgel van Mense Ruiter met een hoofdwerk,
borstwerk en vrij pedaal met 17 stemmen. Hierin werd ook ouder materiaal verwerkt. Uit het vorige orgel van J.F. Kruse uit 1890 werd het pijpwerk van de Bourdon 16',
de Fluiten 8' en 4', en de Octaaf 4' verwerkt.
Het orgel van Jan Kooistra werd in 1994 aanvankelijk voorin de kerk geplaatst om te functioneren als koororgel: begeleiding van koren, instrumentale en vocale solisten.
Na een tijd kwam het orgel achterin de kerk te staan en in ca. 2004 verhuisde het, mede door toedoen van de directeur van de muziekschool, naar Emmeloord om een tijd te
dienen in het Talma Verpleeghuis. Maar daar was toch de wens naar een groter, digitaal orgel. De aldaar verblijvende Urker vissers wilden graag een stevig klinkend
orgel om bij te zingen.
Gelukkig toonde de plaatselijke Heilige Michael-Emmaüsparochie belangstelling en in 2007 kreeg het daar een bestemming als koororgel. De fraaie kerk is een van de
meest markante gebouwen in de Noordoostpolder en beschikte al over een elektro-pneumatisch Valckx & Van Kouteren-orgel uit 1957.
Het Kooistra-koororgel is uitgevoerd als 'kast'-orgel met het klavier aan de voorzijde, zonder pedaal en zonder front. Voor de klankuitstraling kan boven een deksel
worden geopend. Het is verder traditioneel en geheel mechanisch gebouwd. De dispositie is: Holfluit 8' (van hout), Octaaf 4' (vanaf e), Fluit 4' (hout), Nasard 3'
discant en een Octaaf 2'. De Octaaf 2' heeft een scherpe intonatie en geeft het effect van een mixtuur.
Een soortgelijk orgel bouwde Jan Kooistra in 1990. Het kreeg een plek in de Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstandkerk in Valkenburg. Na een kortstondig verblijf
moest het orgel worden afgestoten. Een priestermuziekdocent uit Heidelberg toonde interesse en in 2002 werd het door Thomas Adelberger uit Lorsch gereviseerd, waarbij
enig pijpwerk van de Prestant 4' werd vervangen, en overgeplaatst naar de Sankt Bartholomeüskirche in Biblis in de deelstaat Hessen (D). Daar doet het nu dienst als
koororgel. Het heeft een mahoniehouten kast met een vijfdelig front met vlakverdeling 5 -3 -5- 3- 5 en de volgende dispositie:
Dispositie:
Holfluit 8', Gamba 8' (d), Prestant 4' (front), Fluit 4', Nasard 3' (b/d), Octaaf 2', Terts 1 3/5' (d) en een Mixtuur II-III sterk (b/d) met een klavieromvang van C-f3 en
pedaal C-d1